1. Ondoorgrond’lijk mysterie, diepe bron van ons heil :
Opdat wij godd’lijk worden, werd Gods Woord mens voor ons.
God bereidt ons een feestmaal, nodigt ons uit bij Hem,
Dat zijn goddelijk leven, ons leven ook mag zijn.
2. De Heer roept ons tezamen, door de Heilige Geest
En in heilige vreugde, houden wij bruiloftsmaal.
Want zijn bruid, de Kerk, zijn wij, van wie Hij zoveel houdt,
Om zijn leven te delen, sloot Hij een bond met ons.
3. Ondoorgrond’lijk groot wonder, dat wij vieren vandaag.
God geeft zich ons volledig, in de Eucharistie.
Wie kan nog blijven slapen ? Christus zelf komt naar ons.
Kom, we gaan Hem ontmoeten en schenken ons aan Hem.
4. God zelf geeft zich als voedsel, neemt in ons zijn verblijf,
Maakt zich kwetsbaar en weerloos, om te wonen in ons.
O mysterie van eenvoud, hoe vernedert Hij zich.
Om de mens te verheffen in eeuw’ge heerlijkheid.
5. Hij klopt aan onze deuren, de almachtige God
Wordt een beed’laar van liefde, wacht steeds weer op ons ‘ja’.
Als eenvoudige hostie biedt Hij zich aan ons aan,
Geeft zichzelf ons als gave, die altijd bij ons blijft.
6. O geheim dat voor altijd onze dorst stillen kan,
Ons hart mag het erkennen, in de Eucharistie.
Wat de ogen aanschouwen, in de eenvoud van brood,
Is de liefde die neerdaalt en ons verheft naar Hem.
Oorspronkelijke titel (FR) : Notre Dieu s’est fait homme
© 2003, Éditions de l’Emmanuel, 89 boulevard Blanqui, 75013 Paris
Vertaling : © 2020, Gemeenschap Emmanuel Nederland, Postbus 5504, 6202 XA Maastricht