1. Gij, Heer, geeft leven, Gij redt en bevrijdt.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
U bent een schild, onze steun in de strijd.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
U geeft de vreugde, o Heer, aan ons hart.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Onze hoop is in uw heilige Naam !
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
R. Gij, gezegende, groot is uw Naam,
Zij geloofd, om al wat Gij doet.
Wij bezingen U, Gij overwint,
En uw liefde vult ons bestaan.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
2. Gij die mijn duister verandert in licht,
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Gij schenkt uw woord dat mijn wegen verlicht.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Gij geeft mijn handen de kracht voor de strijd.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Sterk mij, als ik U gelovig belijd.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
3. U voert uw kind’ren terug op uw weg.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Diep in hun hart horen zij wat U zegt.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
In de beproevingen zochten zij U.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Gij hoort de stem van wie roepen tot U.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
4. In angst en strijd staat uw liefde mij bij.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Van al mijn vijanden maakt Gij mij vrij.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
U zij de lof, die in eeuwigheid blijft.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Gij zijt gezegend vandaag en altijd.
Laat mijn lippen zingen van uw heerlijkheid.
Oorspronkelijke titel (FR ) : Que ma bouche chante ta louange
© 2010, Éditions de l’Emmanuel, 89 boulevard Blanqui, 75013 Paris
Vertaling : © 2012, Gemeenschap Emmanuel Nederland, Postbus 5504, 6202 XA Maastricht