R. God is waar liefd’ en vriendschap zijn
– Daar is Hij ons nabij.
Want de liefde komt van God, omdat God liefde is.
1. Wij zijn het niet die Hem het eerst hebben bemind.
Hij is het die ons het eerst heeft liefgehad
En die ons zijn Zoon heeft gezonden
Als offer voor onze zonden.
2. Als God ons zo heeft liefgehad,
Moeten ook wij elkander beminnen.
God, niemand heeft Hem ooit gezien;
Maar als wij elkander beminnen blijft God in ons.
3. Hierin heeft de liefde van God zich geopenbaard :
God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden,
Opdat wij leven door Hem.
Hij heeft ons zijn Geest gegeven.
4. Wij hebben de liefde die God voor ons heeft erkend
En wij hebben erin geloofd.
God, Hij is liefde.
Wie in de liefde blijft, blijft in God.
5. In de liefde is geen angst.
De liefde verjaagt de vrees.
Laten wij elkander beminnen,
Omdat Hij ons het eerst heeft bemind.
6. Hij die zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft,
Kan God, die hij niet ziet, niet beminnen.
Dit is het gebod dat Hij ons gaf :
Dat hij die God bemint ook zijn broeder bemint.
Oorspronkelijke titel (FR) : Où sont amour et charité
© 1985, Éditions de l’Emmanuel, 89 boulevard Blanqui, 75013 Paris
Vertaling : © 1988, Gemeenschap Emmanuel Nederland, Postbus 5504, 6202 XA Maastricht