R. Mijn verlangen gaat naar U,
Mijn Heer en God. Naar U zie ik uit.
1. Gelijk het hert dat reikt naar levend water,
Zo in verlangen reikt mijn ziel naar U.
Mijn ziel heeft dorst naar God die leven is.
Wanneer zal ik voor God verschijnen ?
2. Mijn ziel wees niet onrustig, niet bedroefd,
Maar stel je hoop op Hem die je bevrijdt.
Wanneer bij dag de Heer zijn gunst weer uit doet gaan,
Zal in de nacht mijn lofzang Hem verblijden.
3. Zend nu uw licht en waarheid voor mij uit.
Laat zij mij leiden naar de berg waar Gij verblijft.
Laat mij met lof tot voor Gods altaar gaan,
Tot God, mijn God, die mijn geluk wil zijn.
© 2000, Gemeenschap Emmanuel Nederland, Postbus 5504, 6202 XA Maastricht