R. Van nu af noem Ik u geen dienaars meer,
Maar vrienden.
Zalig die genodigd zijn aan het feestmaal van het Lam.
1. God, mijn God, ik zoek naar U.
Al wat ik ben is dorst naar U.
Mijn lichaam is een land zonder water,
Uitgeput van verlangen naar U.
2. Ik heb U gezien in uw heilige woning,
Met eigen ogen, uw kracht en uw licht.
Ik weet, uw liefde is meer dan het leven,
U wil ik prijzen, mijn leven lang.
3. Naar U strek ik mijn handen uit,
Ik roep uw Naam, Gij zijt mijn God,
Mijn dagelijks brood, mijn overvloed.
Ik raak over U nooit uitgezongen.
4. Nachten lang lig ik wakker van U,
Wakend en dromend denk ik aan U :
Altijd hebt Gij mij nog geholpen,
In uw nabijheid ben ik gelukkig.
5. Allen die mij naar het leven staan
Komen om in het holst van de aarde.
Zij zullen vallen door het zwaard,
Zij worden een prooi van wilde dieren.
a.Maar ik zal mij verheugen in U,
b.Wie U erkent heeft recht van spreken,
Leugenaars wordt de mond gesnoerd.
Oorspronkelijke titel (FR) : Je ne vous appellerai plus serviteurs (Heureux les invités au festin de l’Agneau)
© 1986, Éditions de l’Abbaye de Sylvanès, ADF Bayard Musique, 23 rue de la Houssaye, 49410 St Laurent du Mottay
Vertaling : © Gemeenschap Emmanuel Nederland, Postbus 5504, 6202 XA Maastricht