1. Toen de avond was gekomen van het laatste avondmaal,
Bracht de Heer zijn vrienden samen in een grote bovenzaal.
Hij waste hen de voeten en nam brood en wijn.
Hij zei : « Zo wil Ik voor altijd in jullie midden zijn. »
« Neemt en eet : dit is mijn lichaam.
Neemt en drinkt : dit is mijn bloed.
Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt,
Tot Ik het, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk. »
2. Na het maal ging Hij naar buiten. Hij nam al zijn vrienden mee
En zij gingen naar de berg toe, naar de hof Getsemane.
Daar zei Hij tot zijn vrienden : « Wacht en waakt met Mij. »
Hij ging verder in de tuin, waar Hij tot zijn Vader zei :
« Vader, laat deze beker Mij voorbijgaan.
Laat uw wil geschieden in Mij. »
« Blijft bij Mij en waakt met Mij in deze nacht.
Laat Mij niet alleen. »
3. In die nacht werd Hij gevangen, als een koning aangekleed
Met een kroon van scherpe doornen en een mantel om Hem heen.
De mensen spotten, lachten, riepen : « Kruisigt Hem !
Ben jij nu een echte koning ? Kom dan en red jezelf ! »
Christus werd gehoorzaam tot de dood,
Tot de dood aan het kruis.
« Dit is mijn gebod : dat gij elkander liefhebt,
Zoals Ik u ook tot het eind heb liefgehad. »
4. Laat ons nad’ren tot de tafel, tot het maal van brood en wijn.
Want in deze grote gave wil God altijd bij ons zijn.
Zijn lichaam werd gebroken. Hij vergoot zijn bloed.
En zo blijft Hij in ons midden in brood en wijn, voorgoed.
© 1997, Gemeenschap Emmanuel Nederland, Postbus 5504, 6202 XA Maastricht